Professionalisering van de refurbished markt (Deel 2/2)

De refurbished IT markt heeft de afgelopen jaren vorm gekregen, een standaard. Tel hierbij op dat er heel wat geld in omgaat. En daar wil iedereen een graantje van mee pikken. Niet alleen cowboys en andere plausibele organisaties maar ook de producenten en overheden. De refurbished industrie is misschien wel een van de meest milieuvriendelijke productie industrieën die er is. Daar hebben de producenten en overheden (nog geen) boodschap aan. Geld gaat voor milieu…

Productbescherming!?

Als je twee auto’s langs elkaar zet. Eén auto uit 1990 (goed zoeken, ze rijden hier en daar nog rond) en één uit 2018. Doe van beide auto’s de motorkap open. Onder de motorkap van de ’90 versie zie je een motorblok, accu, leidingen, draadjes etc. De ’18 versie is een ander verhaal. Je ziet een bijna compleet dicht oppervlak. Alsof je nog een klep moet openklappen. Op de aangewezen plekken waar je olie of koelvloeistof toe moet voegen na, zie je niet veel bijzonders. Als je denkt dat de fabrikanten dit gedaan hebben uit veiligheid dan heb je het mis.

Net zoals de autofabrikanten zijn ook IT en telefoon fabrikanten er volop mee bezig om hun producten zo te ontwerpen dat het steeds moeilijker wordt om reparaties uit te voeren. Dit heeft twee doelen. De eerste is dat als er iets mis is met het product dat je dan voor een reparatie terug moet naar de fabrikant of een aangesloten reparateur. Persoonlijk vind ik dat een fabrikant daar het recht toe heeft. Klantvriendelijk is het niet. Punt twee is het verkorten van de levensduur. Persoonlijk vind ik dit bijna crimineel. Dit allemaal met als doel dat klanten eerder opnieuw een product gaan kopen én dat het voor reparateurs en refurbishers veel moeilijker wordt om producten te repareren. De fabrikanten willen zo voorkomen dat hun producten een ‘tweede leven’ krijgen. Alweer, geld gaat voor milieu.

Daar komt nog eens bij dat de overheid data houdende producten zoals harde schijven extra belast zodra deze hergebruikt worden. Dit “ter bescherming” van de producenten. Met andere woorden: Wij en ook jij als consument moeten geld betalen voor een milieuvriendelijk proces. De miljoenen harde schijven waar het hier om gaat mogen wel gratis de afvalbak in. Wederom, geld gaat voor.. Ja, dat dus.

Eén collectief

Ondanks sommige mindere kanten zijn de ontwikkelingen in de refurbished markt zeer positief te noemen. Wat er tot voor kort ontbrak is één centrale stem. Een stem die spreekt voor de refurbishers op o.a. politiek niveau. Door de groei van de markt zijn er steeds meer instanties en bedrijven die aan ons beginnen te trekken. Om goed met dit soort issues om te gaan is er een orgaan nodig die de belangen van de refurbished markt vertegenwoordigd. En die is er nu.

De afgelopen jaren is Free ICT Europe (FIE - www.free-ict-europe.eu) ermee bezig geweest een collectief te vormen die ons in Brussel kan vertegenwoordigen. Zij maken zich vooral hard voor het recht van consumenten en bedrijven om de vrijheid te behouden in het kiezen waar zij hun apparatuur in of verkopen, laten onderhouden en laten repareren. Nu dat de FIE door de EU is erkend als vertegenwoordiger van de zo gehete “ICT aftermarket” is er al een goede stap gezet. Maar er zullen er nog meer volgen om ons en de eindgebruiker te beschermen. Ik denk dat ieder bedrijf het recht (en zelfs zijn plicht) heeft om zijn producten te beschermen. Dit mag echter niet ten kosten gaan van de eindgebruikers en het milieu.

In een notendop komt het er simpelweg op neer dat de refurbished markt tegen dezelfde uitdagingen aanloopt als elke ander (groeiende) industrie. En tussen al die decennia of soms wel honderden jaar oude industrieën is de refurbished markt nog maar een jonkie. Maar door de professionalisering en de groeiende vraag naar refurbished IT apparatuur staan we inmiddels stevig in een goede positie. En daar blijven we nog even staan ook!